Business case voor duurzaamheid

Auteurs: Ecocampus

Keywords:  scenariomethoden, nieuwe businessmodellen, innovatie en circulaire economie

Versie 1.1 (8/12/2015)

Doelgroep: docenten en professors

Inhoud :


Doel en gebruiksaanwijzing:

Doel fiche

Deze fiche geeft inspiratie bij het ontwikkelen van een business case voor duurzaamheid door studenten.

Hoe kan u deze actiefiche gebruiken?

In deel I wordt ingegaan op de mogelijkheid om via het verkennen van (diverse) toekomstscenario’s greep te krijgen op wat een duurzame toekomst voor grondstoffenbeheer kan betekenen. Methoden van toekomstonderzoek vormen de achtergrond van dit deel.

Deel II biedt mogelijkheden om studenten zelfstandig een business model te laten ontwerpen voor duurzaamheid, vertrekkende vanuit een duurzame visie op de toekomst. Methoden van probleemgestuurd onderwijs vormen de achtergrond van dit deel.

Deze delen worden opgedeeld in 1)theoretische achtergrondinformatie, 2)leerresultaten, 3) lesinhouden, 4)werkvormen en 5)inspirerende voorbeelden.

In deel III krijgt u een overzicht van ondernemingen, vzw’s en overheidsinstellingen via  dewelke u inspirerende business cases voor duurzaamheid kan ontdekken.

Praktisch

De docent kan in deze fiche inspiratie vinden voor het ontwikkelen van een les(onderdeel) tot en met het uitwerken van een (multi)discplinair opleidingsonderdeel voor een duurzame businesscase.

De docent kan deze actiefiche gebruiken om studenten uit andere disciplines (milieuwetenschappen, sociaal werk, sociologie, design, etc.) uit te nodigen voor de les.

Indien u zelf aan de slag wil gaan met onderstaande fiche, aarzel niet om contact op te nemen met Ecocampus, via ellen.vandenplas@lne.vlaanderen.be

 


Deel I: ‘TOEKOMSTEN DUURZAME BUSINESS’ (DIALOOG)

  1. Scenariomethoden en grondstoffenbeheer (duurzaamheidsuitdaging)

Duurzaamheidsuitdagingen (bijv. grondstoffenbeheer) tonen zich vaak in nadelige gevolgen over de lange termijn en in andere werelddelen. Mensen gaan dan ook minder gemakkelijk ageren dan wanneer impacts onmiddellijk zichtbaar zijn.

 

Methoden van toekomstonderzoek (vb: prototyping, scenarioplanning waaronder backcasting, trendanalyse, enz.) maken de toekomst tastbaar zodat impacts en actiemogelijkheden voor de lange termijn meer tastbaar en relevant worden. Bij toekomstonderzoek wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen 4 toekomsten (Bol, E, 2014): ‘een probable future’ (toekomst gelinkt aan het verleden en het heden), ‘een plausible future’ (toekomst gelinkt aan nieuwe ontwikkelingen) en ‘een possible future’ (toekomst gelinkt aan nieuwe combinaties en ideeën). Verschillende toekomsten zijn dus mogelijk en daarom wordt vaak ook nog gesproken van ‘een preferable future’ (toekomst waar we graag in zouden leven ).

 

 

futures

Methodes van toekomstonderzoek om het lange termijn denken te stimuleren en daarmee een duurzame ontwikkeling vlot te trekken zijn scenariomethoden. Door ondernemingen worden ze ingezet als strategisch instrument ter ondersteuning bij het bepalen van een strategie in steeds veranderende omstandigheden, om in te spelen op kansen die zich kunnen voordoen aan de lange termijn horizon of om in te spelen op bedreigingen (bv.: grondstoftekort). Het gaat om zogenaamde ‘corporate agility’. Door onderwijsinstellingen kunnen de methodes daarnaast ook ingezet worden als leer- en reflectie-instrument om na te denken over de verschillende toekomstbeelden en om het creatief denken te stimuleren.

Kortom, scenariomethoden hebben voordelen op het vlak van:

  • Verbeteren van besluitvorming op lange termijn
  • Aanzetten tot verandering
  • Alternatieve paden te generen naar toekomstige ontwikkelingen
  • Beter voorbereid zijn op noodsituaties en onvoorziene gebeurtenissen
  • Houvast bieden bij belangrijke keuzes
  • Visie opbouwen, samen met een actieplan voor de verwezenlijking ervan.

Scenariomethodes omvat alle activiteiten die worden ingezet om toekomstscenario’s op te stellen en te gebruiken. Scenario’s zijn daarbij coherente beschrijvingen van alternatieve hypothetische toekomsten die verschillende perspectieven weergeven op ontwikkelingen uit het verleden, het heden en voor de toekomst. Deze scenario’s kunnen dienen als een basis voor het nemen van actie (Van Notten, 2005). Door het opstellen of bestuderen van scenario’s kan men anticiperen op, en ervaring opdoen met organisatorische, omgevingsgerichte en maatschappelijke ontwikkelingen.

Scenariomethoden kunnen daarbij onderverdeeld worden in voorspellende methoden, onderzoekende methoden en normatieve methoden. In de praktijk worden de methoden vaak in combinatie gebruikt. In het deel werkvormen (zie 4. werkvormen) van deze fiche geven we een voorbeeld van hoe deze methoden kunnen gebruikt worden in een educatieve context.

De voorspellende scenariomethoden

Deze scenario’s geven antwoord op de vraag ‘Wat zal er gebeuren?’. Hierbij wordt verondersteld dat ontwikkelingen uit het verleden zich in de toekomst op vergelijkbare wijze zullen voortzetten. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van huidige trends, ervaringen en gegevens uit het verleden. Variabelen worden op systematische manier bijeengebracht. Het gaat overwegend om kwantitatieve methoden waarbij ‘predict and control’ centraal staat. Voorbeelden zijn trend-impactanalyse, regressieanalyses, enz.

Een voorbeeld van een voorspellend scenario is het scenario waarbij wordt weergegeven hoeveel grondstoffen er nog beschikbaar zullen zijn in 2100:

how much is left for me

De onderzoekende scenariomethoden

Deze scenario’s geven een antwoord op de vraag wat er in de toekomst kan gebeuren. Ze helpen de aandacht te richten op de drijvende krachten, de mogelijke richtingen die evoluties kunnen uitgaan en de grootte van de toevalsfactoren waarmee men te maken kan krijgen. Daardoor zijn ze bijzonder nuttig wanneer rekening moet gehouden worden met tal van factoren en de onzekerheid voor de toekomst groot is. Het gaat om overwegend kwalitatieve methoden waarbij vanuit meerdere perspectieven situaties onderzocht worden die zich mogelijk kunnen voordoen. Het betreft methoden om de lange termijn en om structurele, fundamentele veranderingen te bestuderen. Daarnaast spelen deze verandernigen zich meer af in de context van politieke, economische, sociale en technologische ontwikkelingen waar een onderneming weinig of geen invloed op heeft. Voorbeelden van onderzoekende scenariomethoden zijn dephi-studie, mediaresearch, enz.

Vaak zal een set van scenario’s worden uitgewerkt voor een zo groot mogelijke groep van mogelijke ontwikkelingen. Ze zijn bewust uiteenlopend ontworpen om de breedte van de mogelijke ontwikkelingen en de draagwijdte van keuzes duidelijk te maken. In de praktijk zal nooit één van deze scenario’s in al zijn beperktheid werkelijkheid worden, en zullen altijd mengvormen optreden. Door het ontwerpen of bestuderen van verschillende toekomstscenario’s, worden de mentale 'schema’s van deelnemers verrijkt en vergroot. Ze beschouwen immers de maatschappij kritisch en stellen vanzelfsprekendheden aan de kaak. Bovendien krijgen ze door ontwerpen of het bestuderen van diverse toekomstscenario’s een mentale lenigheid en dus veranderingsbekwaamheid.

Een voorbeeld van een set van scenario’s zijn de scenario’s die ontwikkeld werden door een diverse groep van stakeholders die 3 scenario’s voor ‘mining and metals’ hebben uitgewerkt:

mining metals scenarios

Meer info kan je hier vinden:

De normatieve scenariomethoden

Deze scenario’s geven een antwoord op de vraag: wat willen we bereiken in de toekomst of wat willen we net niet bereiken? Het gaat dus om (on)gewenste toekomsten en hoe daar te geraken of net te vermijden. Een voorbeeld is backcasting waarbij één of meerden scenario’s worden opgesteld om een keten van beslissingen/tussenpunten te starten om het eindstadium te bereiken. Dat biedt organisaties en studenten in staat om een strategisch plan te ontwikkelen. Het maakt mogelijk om actie te ondernemen.

Een voorbeeld van een normatief (duurzaam) toekomstscenario en backcasting vinden we in de roadmap die het vlaams materialenprogramma samen met de industrie ontwikkelde om toekomstgericht om te gaan met de kritieke en waardevolle metalen: http://www.vlaamsmaterialenprogramma.be/roadmap/kritieke-en-waardevolle-metalen

roadmap_materialenbeheer

2. Leerresultaten studenten

Met onderstaande werkvormen kan men normatieve competenties, anticipatorische competenties en interpersoonlijke competenties voor duurzame ontwikkeling. ontwikkelen Meer info over deze competenties voor DO, kan u vinden op de website van Ecocampus.

Meer specifiek gaat het over de afgestudeerde die een perspectief kan ontwikkelen op toekomstige ontwikkelingen binnen zijn vakgebied in relatie tot de  samenleving waar grondstoffen onder druk staan, daarbij de aannames die ten grondslag liggen aan zijn ideeën aftoetsend met andere stakeholders en aan het concept van een duurzame ontwikkeling.

3. Leerinhouden

Volgende inhouden worden behandeld:

  • Stand van zaken kritieke en waardevolle metalen in Vlaanderen/Europa.
  • Duurzame (circulaire) economie
  • Duurzame onderneming

Meer achtergrondinformatie kan je via volgende websitelinks of literatuur vinden:

4. Werkvormen

 

Hieronder geven we inspiratie om voorspellende scenariomethoden, onderzoekende scenariomethoden en normatieve scenariomethoden te gebruiken om studenten een perspectief te laten ontwikkelen op toekomstige ontwikkelingen binnen zijn vakgebied in relatie tot de  samenleving waar grondstoffen onder druk staan, daarbij de aannames die ten grondslag liggen aan zijn ideeën aftoetsend met andere stakeholders en aan het concept van een duurzame ontwikkeling. In de praktijk kan een mix van methoden gebruikt worden.

4.1.  Voorspellende toekomstscenario’s voor grondstoffenbeheer:

 

Korte omschrijving variant 1: Extrapoleren gegevens economie of grondstoffenbeheer

Studenten extrapoleren bestaande gegevens in verband met grondstoffenbeheer of economische gegevens naar de toekomst en verbinden hieraan reflectie i.v.m. duurzaamheid. In de overige actiefiches van deze EDGE-kit werden reeds verschillende voorspellende toekomstscenario’s ontwikkeld in verband met de Economische realiteit in Peru en Vlaanderen, bijvoorbeeld via het Solow-model, vraag-aanbod-figuur, het Y-AE-model, enz.

Korte omschrijving variant 2: Reflecteren over bestaande voorspelde toekomstscenario’s voor grondstoffenbeheer

Studenten reflecteren over bestaande toekomstscenario’s voor grondstoffengebruik i.v.m. duurzaamheid.

how much is left for me

Voorbeeldvraag 1: Welke gevolgen heeft de voorspelde grondstoffenuitputting in 2100 voor de economie in Vlaanderen/Europa?

Voorbeeldvraag 2: Bespreek het resultaat van onderstaande studie: Dubois, M., Christis, M. (2014) Verkennende analyse van het economisch belang van afvalbeheer, recyclage en de circulaire economie in Vlaanderen, Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer, Leuven. Meer specifiek: Wat leer je uit deze analyses voor onze Vlaamse Economie? Wat leer je uit deze analyses voor het aantal jobs in Vlaanderen? Welke beleidsaanbevelingen koppel je hieraan voor Vlaanderen?, enz.

                                                                                                                      

4.2. Verkennende toekomstscenario’s voor grondstoffenbeheer

 

Korte omschrijving:

Studenten ontwikkelen zelfstandig 4 toekomstscenario’s voor een vooraf gekozen thema’s, bijvoorbeeld:

  • Grondstoffen en sector x in het jaar 2030
  • Grondstoffen en onderneming x in het jaar 2030

Bijvoorbeeld: 4 toekomstscenario’s voor duurzaam verpakken

Na het ontwikkelen van diverse toekomstscenario’s volgen overwegingen door studenten over welke het meest waarschijnlijke, het meest duurzame en het meest onwenselijke scenario is. Tot slot worden beleidsaanbevelingen gegeven.

Meer informatie:

Een stap voor stap handleiding voor docenten die de methode willen gebruiken in het hoger onderwijs kan je vinden in de online-publicatie:

Leren met toekomstscenario’s. Scenarioleren voor het hoger onderwijs.

Fase I: Analyse van toekomstige trends met betrekking tot het thema

Studenten zoeken, bespreken en controleren toekomstvisies voor het betreffende thema vanuit een grote hoeveelheid bronnen. Uit deze visies wordt een aantal trends gedestilleerd. Gekeken wordt vervolgens naar de drijvende krachten die ten grondslag liggen aan de verwachte trends.

Stap 1: Brainstormen over visies op de toekomst

Stap 2: Trends onderzoeken

Stap 3: Drijvende krachten kiezen

Fase II: Ontwikkeling van scenario’s

Twee drijvende krachten, met een grote impact en een groot onzekerheidsgehalte, worden door de studenten uitgekozen als de zogenaamde assen van het scenario. Deze assen vormen het scenariosjabloon waarin ruimte is voor vier scenario’s. Vier subgroepen ontwikkelen en presenteren de scenario’s.

Stap 4: Een scenariosjabloon maken

Stap 5: Scenario’s ontwikkelen

Stap 6: Scenario’s presenteren

scenariosjabloon

Fase III: Reflectie op de ontwikkelde toekomstscenario’s

Studenten overwegen welke het meest waarschijnlijke, het meest duurzame en het meest onwenselijke scenario is. De studenten formuleren aanbevelingen voor beleid om het meest onwenselijke scenario te vermijden. Het meest waarschijnlijke en het meest duurzame scenario worden gekozen. Er wordt gereflecteerd over hoe deze scenario’s zich met de tijd zullen ontwikkelen en welke aanbevelingen gedaan kunnen worden om bij te dragen aan een duurzame toekomst.

Stap 7: Scenario’s evalueren

Stap 8: Beleidsadviezen opstellen

 

4.3. Een duurzaam toekomstscenario voor grondstoffenbeheer

 

Korte omschrijving:

Studenten ontwikkelen een duurzaam toekomstscenario voor grondstoffenbeheer. Het gaat hierbij om een normatief toekomstscenario  voor bijvoorbeeld:

  • Grondstoffen en sector x in het jaar 2030
  • Grondstoffen en onderneming x in het jaar 2030

Om studenten te ondersteunen om de duurzaamheid van hun toekomstscenario te bepalen, kan hierbij beroep gedaan worden op het ‘Value Framework’ (den ouden, 2012).

value framework

 

Het value framework kan helpen bij:

  • Het in kaart brengen van het huidige begrip van een duurzaamheidsvraagstuk in de maatschappelijke context en zogenaamd ‘gaps’ te detecteren.
  • Ideeën te creëren voor nieuwe ‘value propostions’.
  • Het verrijken van ‘value propostions’ met behulp van nieuwe perspectieven.

 

Na het ontwikkelen van en duurzaam toekomstscenario worden vervolgens paden uitgezet om een dergelijke toekomst te bewerkstellingen (backcasting).

Deze methode wordt ook toegepast in het praktijkvoorbeeld van Fontys (zie 5. Inspiratie): Tackle the grand societal challenges, prototype the future with sustainable value’.

 

Meer informatie:

Een uitgebreide omschrijving van het Value Framework en het gebruik voor innovatie kan je vinden in de online-publicatie, vanaf pagina 170:

Advanced design methods for successful innovation

Bij deze methode worden 3 stappen onderscheiden:

Stap 1: ‘Diagnose value gaps’

Stap 2: ‘Identify stakeholders’

Stap 3:  ‘Enrich value propostion’

steps

5. Inspiratie

 
5.1. Intensive Programme ‘Wellbeing and Economic Growth- KDG

 

Samenvatting:

Gedurende 10 dagen nemen deelnemers uit de opleidingen sociaal-agogisch werk en bedrijfskunde uit Vlaanderen en andere Europese landen (Zweden, Spanje, Bulgarije, Finland en Duitsland) deel aan een opleidingsprogramma gesponsord door de EU. Onderwerp is de relatie tussen ‘Welbeing en Welfare’. Centraal staat het verkennen van een alternatief scenario voor een economische model op basis van continue groei. Naast een boeiend aanbod aan gastcolleges, werken deze multiculturele en multidisciplinaire werkgroepen aan het formuleren van toekomstbeelden, actieplannen om die toekomstbeelden te realiseren en beleidsaanbevelingen.

Instelling:

Karel de Grote-hogeschool i.s.m. UCCL (voorheen KHLeuven) en buitenlandse partners

Meer info:

Pieter.lievens@kdg.be

http://www.wellbeinggrowth.eu/

5.2. Tackle the grand societal challenges, prototype the future with sustainable value - Fontys

 

Samenvatting:

Studenten aan de opleiding International Lifestylestudies (Fontys) hebben tijdens de Advanced Course gewerkt met de methodiek prototying a sustainable future.
We vertrokken van grote maatschappelijke uitdagingen (the grand societal challenges) om studenten hun wenselijke toekomst in 2050 te laten ontwerpen. Output van de cursus was een Tedtalk te maken waarin de studenten hun oplossing in het nu voor een sustainable toekomst in 2050 presenteerden. Ze moesten o.a. een visie ontwikkelen, toekomstige stakeholders analyseren en een stappenplan ontwikkelen naar deze beoogde duurzame toekomst.

Instelling:

Fontys (Nederland)

Meer info:

Heselmans, Christianne, Heselmans: ch.heselmans@fontys.nl

Linda, Hofman:  l.hofman@fontys.nl

http://www.lne.be/doelgroepen/onderwijs/ecocampus/initiatieven/studiedagen-lezingen/inspiratiefestival-opleidingen-duurzaam-vernieuwen/3.2.linda-hofman-christianne-heselmans-toekomstdenken.pdf

5.3. Duurzame toekomst voor de Broekstraat – KULeuven & Université Saint Louis Bruxelles

Samenvatting:

Groups of (4-5) students from diverse disciplines and backgrounds (culture, language) work together.

Three components:

  1. Field research
  2. Creating a design project satisfying criteria of sustainability/social responsibility and cooperation
  3. Exhibition of the design project (poster, maquette, file…)

Instelling: KU Leuven en Université Saint Louis Leuven

Meer info:

Prof. dr. Ingrid Molderez: ingrid.molderez@kuleuven.be

 

 

Deel II: INNOVATIE VAN BUSINESSMODEL (DESIGN)

 

1. Businessmodel en grondstoffenbeheer

 

Een duurzame onderneming draagt bij aan welzijnscreatie binnen de grenzen van mens (cfr. de werknemers in Peru) en planeet (cfr. eindigheid grondstoffen). Duurzaamheid wordt daarbij gezien als kans . Duurzaam ondernemen vereist dan vaak een verschuiving van aandacht voor aspecten van duurzaam ondernemen op operationeel niveau naar een integrale aanpak op strategisch niveau.  In onderstaande figuur van wordt dit geduid.

 

inspiratie

Figuur: Aalto University – Sustainable Businesscases.

Ook het business model moet bijgevolg aangepast en/of herdacht worden, het gaat om zogenaamde ‘business model innovation’. Het aanpassen of herdenken van een businessmodel vergt een intensieve zoektocht en leidt tot het creëren van waarde, niet alleen voor de gebruiker en de onderneming maar ook voor ons ecosysteem en de maatschappij in zijn geheel (zie ook Value Framework in deel I).  Een interessant overzicht van mogelijkheden om duurzaamheid te integreren in een business model, kan je vinden via het Business Model Innovation Grid van plan C:  http://www.plan-c.eu/bmix/:

business_model innovation grid

 

 

2. Leerresultaten studenten

 

Strategische competentie voor een duurzame ontwikkeling:

De afgestudeerde is in staat om een business model te ontwerpen dat een antwoord biedt op de maatschappelijke uitdaging van een toenemende grondstoffen schaarste, hierbij rekening houdend met de principes van een circulaire economie en met het oog op een duurzame businesscase.

3. Leerinhouden

 

Volgende inhouden worden behandeld:

  • Circulaire economie
  • Nieuwe business modellen voor een circulaire economie

Meer achtergrondinformatie kan je via volgende websitelinks en/of literatuur:

4. Werkvormen

 

4.1. Project ‘ontwerp een duurzaam businessmodel’

 

Thema: Duurzame business model

Omschrijving:

Een groep studenten (al dan niet uit verschillende opleidingen)  tonen dat ze zich een goed idee hebben gevormd over wicked problem ‘kritieke grondstoffen binnen een sector of bedrijf’ en ontwerpen op basis hiervan een nieuw businessmodel voor een duurzame onderneming.

Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de OVAM-SIS-toolkit als een brainstormtechniek, om een businessplan vorm te geven.

Voorbeeldopdracht:

Ontwerp een businessmodel voor een duurzame onderneming.

Alternatief a: Je vertrekt van een bestaand bedrijf (en bestaand businessmodel) dat momenteel (veel) kritieke grondstoffen gebruikt, vb: electronica-bedrijf

Alternatief b: Je vertrekt van een bestaande maatschappelijke vraag die momenteel hoofdzakelijk ingelost wordt via grondstofintensieve ondernemingen, vb: mobiliteit

Gebruik hiervoor het Business Model Innovatin Grid van Plan C:  http://www.plan-c.eu/bmix/

4.2. Business game  ‘Symbioville’ (De Aanstokerij, Greenloop en Leefmilieu Brussel)

Thema: Duurzaam ondernemen

Doel: Studenten of (toekomstige) ondernemers sensibiliseren sensibiliseren voor de kansen die duurzaam ondernemen biedt in een circulaire economie.

Spelomschrijving: Het spel speelt zich af in de stad Symbioville, waar 6 bedrijven gevestigd zijn. Elk team runt er een eigen fictief bedrijf. Ze hebben hiervoor een Business Model Canvas (BMC) met de nodige informatie. Tijdens het spel handelen ze, vanuit een bepaalde rol, steeds in functie van hun bedrijf dat ze op een duurzame manier moeten runnen. De informatie die ze onderweg verzamelen stimuleert hen om creatieve oplossingen te bedenken die waarde creëren voor hun eigen bedrijf, de bedrijven van de andere spelers en de stad. Door samen te werken en zich te laten inspireren door de resilience principles worden de voordelen van duurzaam en circulair ondernemen zichtbaar. 

Doelgroep: Bedrijven, kmo’s, startende ondernemers en studenten.

Aantal spelers: 6-24 spelers.

Duur van het spel: 2u-2u30.

Meer info en boeking: begeleiding@aanstokerij.be of 016 29 74 58 of de website

4.3. Pakket ‘duurzaam ondernemen voor studenten’ en ‘professionaliseringsmodule duurzaam ondernemen voor docenten’ (Accio in opdracht van IN-c) In ontwikkeling – lancering in april 2016

 

Omschrijving: Een praktijkgericht pakket om duurzaam ondernemen te integreren in de curricula van hoger onderwijs. Dit pakket gaat over de uitwerking van een pakket voor studenten en daarnaast een professionaliseringspakket voor docenten.

5. Inspiratie

5.1. Bootcamp ‘sociaal ondernemen’ - Het punt

 

Samenvatting:

De Punt lanceert jaarlijks het succesvolle Bootcamp Sociaal Ondernemen. Samen met Sociale InnovatieFabriek, sociaaleconomie.be, de Vlaamse Overheid en vele andere partners bieden zij inspiratie aan van een idee tot een werkbaar plan te komen.

Instelling:

De Punt i.s.m. partners

bootcamp_de_punt

Meer info:

pieter@depunt.be

 

5.2. VLAJO innovatiekamp Ecodesign en Voedselverlies - OVAM, VLAJO, UA en EHB

Samenvatting:

Op 29 & 30 september 2015 organiseerde de OVAM en Vlajo een Innovatiekamp rond de thema's ecodesign en voedselverlies. De studenten kregen de uitdaging om de verspilling van brood tegen te gaan. De insteek van het kamp was om de hele levenscyclus van brood te herbekijken om zo tot nieuwe concepten te komen.

In totaal gingen 130 studenten van de opleiding Productontwikkeling van de Universiteit Antwerpen en de opleiding Idea & Innovation Management van de Erasmushogeschool aan de slag. Ze kregen 24 uur de tijd om met een oplossing te komen.

De ideeën waren heel divers en speelden in op verschillende delen van de keten. Heel wat acties richtten zich op de preventie van broodafval zoals slimme broodtrommels die de consument informeren over de versheid van zijn brood, sensibiliserende apps die de consument een beeld geven van hoeveel brood hij consumeert en verspilt en een machine die brooddeeg produceert waar de consument een hoeveelheid deeg kan aankopen en verder aanvullen met de gewenste additieven zoals zaadjes, stukjes chocolade, om later thuis te bakken in zijn eigen oven wanneer hij wenst. Andere ideeën waren meer gericht op het inzetten van verspild brood, zoals het kweken van insectenburgers die opnieuw ingezet kunnen worden voor menselijke consumptie en foodtrucks die rondrijden met een nieuw gerecht gemaakt van onder andere oud brood.

Instelling:

OVAM, VLAJO, Universiteit Antwerpen en Erasmushogeschool Brussel

Meer info:

Liesbet Van Ackeleyen (liesbet.van.ackeleyen@ovam.be)

5.3. IAP programme - KU LEUVEN

 

Samenvatting:

Het Interdisciplinair Assessment Project (IAP) is een opleidingsonderdeel in de masteropleidingen Milieu- en Preventiemanagement en Handelsingenieur aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KU Leuven in Brussel (HUBrussel), en in de masteropleiding Industrieel Ingenieur aan de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven in Gent (KAHO). Via Agoria Vlaanderen, de sectorfederatie van de technologische industrie en vaste partner in het IAP, wordt jaarlijks samengewerkt met een 15-tal technologische bedrijven.

Het doel van het IAP is studenten met een verschillende achtergrond en expertise samen een reële bedrijfscase te laten oplossen. Hiermee komt het project tegemoet aan de noden van de bedrijfswereld, waar het interdisciplinair probleemoplossend denken meer en meer als een basiscompetentie van nieuwe medewerkers wordt beschouwd. De studenten gaan in interdisciplinaire teams aan de slag bij één van de partnerbedrijven, om daar voor een actueel probleem een set van aanbevelingen te formuleren, in termen van technische haalbaarheid, economisch rendement en duurzaamheid. Zowel het probleem als de aanpak en de adviezen zijn binnen het IAP intrinsiek interdisciplinair. Ieder jaar wordt een ander thema gekozen. Zo was in 2012 het thema van het project ‘Duurzame productie en werkpostoptimalisatie’. In 2013 werden projecten uitgewerkt rond ‘Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen’. Elk thema is uitdagend voor de studenten uit de verschillende richtingen, is actueel in het bedrijfsleven, en vraagt om een interdisciplinaire aanpak en oplossing.

Instelling:

KU Leuven

Meer info:

Filip Van den Bossche (KU Leuven, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen in Brussel

(HUBrussel)): filip.vandenbossche@kuleuven.be

Ignace Martens (KU Leuven, Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen in Gent)) ignace.martens@kuleuven.be

Sofie Van Veirdegem (Agoria Vlaanderen): sofie.vanveirdegem@agoria.be

 


Deel III: VOORBEELDEN DUURZAME BUSINESSCASES 

Bezoeken aan ‘duurzame’ ondernemingen

Ondernemingen bezoeken via  Stichting toekomstige generaties toekomstige generaties: Tournée Généreale

Ondernemingen bezoeken via studio SPARK

Duurzame ondernemingen

Ondernemingen via Sociale innovatiefabriek

Ondernemingen via Plan c

Ondernemingen via  MVO

Ondernemingen via OVAM

Ondernemingen via Positive entrepreneurs netwerk

 

Voeg een nieuwe reactie toe